Quality of life na maagchirurgie


H.J.F. Brenkman

Voorzitter(s): prof. dr. R. van Hillegersberg, chirurg, UMC Utrecht, Utrecht & dr. J.H.M.B. Stoot, chirurg, Zuyderland MC, Heerlen

Vrijdag 12 mei 2017

8:45 - 9:00u in Parkzaal

Categorieën: GE, Symposium

Parallel sessie: S14 - LOGICA Trialmeeting


Introductie

Inzicht in de kwaliteit van leven (KvL) van patiënten na een maagresectie voor kanker is van belang om klinische besluitvorming te verbeteren en voor betere patiëntvoorlichting over de consequenties van chirurgie op langere termijn. . Het doel van deze studie was daarom de KvL van deze patiënten te evalueren, voorspellende factoren te identificeren en een vergelijking te maken met een Nederlandse referentiepopulatie.

Methoden

Patienten die een maagresectie voor kanker ondergingen werden geïdentificeerd door gebruik te maken van prospectieve databases van 7 Nederlandse centra (2001-2015). Tussen juli 2015 en november 2016 werden KvL vragenlijsten (European Organization for Research and Treatment of Cancer HRQoL questionnaires QLQ-C30 and QLQ-STO22) opgestuurd naar alle levende patiënten zonder ziekteprogressie. De scores van de QLQ-C30 werden via de one-sample t-test vergeleken met een Nederlandse referentiepopulatie. De Spearman’s rank werd gebruikt om de tijd sinds chirurgie te correleren aan KvL. Multivariabele lineaire regressie werd verricht om factoren te identificeren die geassocieerd waren met KvL.

Resultaten

In totaal retourneerden 222/274 patiënten (81.0%) de vragenlijsten. De mediane follow-up was 29 maanden (spreiding 3-171) en  86.9% van de patiënten had een follow-up >1 jaar. Het merendeel van de patiënten onderging neoadjuvante therapie (n=143) en een totale maagresectie (n=117). In de helft (n=111) van de patiënten werd een laparoscopische maagresectie verricht. Patiënten scoorden significant lager op de meeste functionele- en symptoomschalen (p<0.001) in vergelijking met de referentiepopulatie, terwijl de globale KvL  dicht bij elkaar lag (78 vs. 74, p=0.012). Tijd sinds chirurgie correleerde niet met globale KvL (Spearman’s ρ=0.06, p=0.384). Neoadjuvante therapie, subtotale maagresectie, en laparoscopische chirurgie waren geassocieerd met hogere KvL scores (p<0.050).

Conclusie

Hoewel patiënten een significant aantal functionele beperkingen en klachten ervaren na een maagresectie, is de globale KvL maar iets verlaagd. Neoadjuvante therapie, subtotale maagresectie, en laparoscopische chirurgie zijn geassocieerd met een betere KvL.